Google
Stuur een mail naar de Begeleidingsdienst voor Vrijescholen: P. van Meurs
                                                                  
Schrijven van teksten Klas 4 over doel en publiek  :

Klas 4 over doel en publiek 

Een voorbeeld van een klassikale tekstbespreking:

Een dag nadat de kinderen op gele blaadjes problemen hebben beschreven, hebben ze die aan elkaar voorgelezen. In tweetallen hebben ze vervolgens op blauwe briefjes de problemen van anderen opgelost. Bij het voorlezen van die oplossingen ontstaat er spontaan een taalbeschouwingsactiviteit.

Limors probleembriefje luidde:
‘Mijn zusje heeft mijn mooiste en lekkerst zittende sokken in de wc gegooid.’
Ruben heeft het antwoord geschreven:
‘Ga naar de winkel waar je de sokken hebt gekocht en koop nieuwe.’

Leerkracht:

“Wat is goed aan het antwoord van Ruben?

Dyan:

Nou, het is gewoon heel duidelijk. Je begrijpt wat hij bedoelt.

Leerkracht:

Het is een duidelijk antwoord. Wie zou iets anders hebben gedacht.

 

(een aantal leerlingen zeggen: “Ik”) Ilios weer?

Ilios:

Nou, dat ik hem ehm, ik zou hebben gezegd: 'In jouw geval zou ik naar de winkel gaan.'

Leerkracht:

Ja. En waarom?

Ilios:

Omdat je anders zegt: 'Je moet naar de winkel gaan.'

Leerkracht:

En waarom vind jij dat dat niet kan?

Ilios:

Omdat dat heel onaardig klinkt. Je wil, diegene wil wel een antwoord, maar die wil niet een bevel.

Jesse:

Nou, dat weet je niet.

Eva:

Nou, dat kan je toch zelf wel bedenken.

Amy:

Ja. Je moet beleefd zijn.

Thomas:

Je kan ook heel beleefd praten: Sire, koning alstublieft (…)

Leerkracht:

Ja, ja, jij maakte het groter. Zo kan het als je het heel overdreven doet. Rebecca?

Rebecca:

Ik zou gezegd hebben: “Roep de loodgieter en laat je sokken weer uit de wc halen en gewoon in de wasmachine stoppen en drie keer achter elkaar heel goed wassen.”

Leerkracht:

Nu wil ik, en dat is moeilijk, dat je niet de oplossing voor het probleem verzint, maar dat je nadenkt over hoe je het zegt. Hoe je dat schrijft. Ilios heeft dat al gedaan. Rebecca deed dat nog niet. Nou mag jij dat weer proberen. Hoe je dat dan schrijft, want we hebben het over schrijven.

Rebecca:

Als je wilt dan kun je de loodgieter wel roepen en dan kun je kijken of hij heel misschien wel je sokken uit de wc kan proberen te halen en dan zou je het in de wasmachine kunnen stoppen. Maar als je dat niet wilt, moet je dat niet doen.

Soraya:

Maar dat is duurder. Heel veel is duurder.

Leerkracht:

Nee, ik wil niet een antwoord op de inhoud. Over hoe ze het zegt, wil ik een antwoord.

Amy:

Ikke.

Leerkracht:

Ja.

Amy:

Haalt u de loodgieter en dan haalt u de sokken er uit.

Leerkracht:

Jij zou u gebruiken. Ja, u is beleefder. Ik snap wat je bedoelt. Marinde?

Marinde:

Ik zou als je diegene niet zo goed kent, dan zou ik bijvoorbeeld als ik een idee had, dat idee van Rebecca om de loodgieter te halen, dan zou ze kunnen schrijven: 'Geachte … ik heb een oplossing bedacht. Als ik u was dan zou ik de loodgieter bellen dan redt hij de sokken hun leven'."

(In schema schrijven bij reflectie: bespreken en herschrijven van teksten: Klas 4 over doel en publiek)